Alice Nahon (Vlaamse Dichteres)



 

Herontdekte Brieven: Alice Nahon en het Netwerk van de Familie Bouman

De herontdekking van vier historische documenten, verborgen in een exemplaar van Op zachte vooizekens (1927), Alice Nahons derde dichtbundel, biedt zeldzaam inzicht in het transnationale zorgnetwerk dat haar ondersteunde tijdens een periode van kwetsbare gezondheid. Deze brieven, drie uit 1923 en één uit 1974, zijn geen op zichzelf staande artefacten, maar directe uitkomsten van een inzamelingsactie die in Nederland werd geïnitieerd door Emmanuel de Bom. De handgeschreven opdracht in het boek “St Nicolaas 1927 voor mijn lieve Toos” verankert de correspondentie aan Toos Bouman, een jonge Nederlandse vrouw die deelnam aan Nahons hersteltraject.

 De documenten onthullen een web van literaire, familiale en spirituele steun, en tonen hoe De Boms strategische oproep Nederlandse sympathisanten activeerde en lezers tot weldoeners maakte. Elke brief geschreven door een literair agent, een vader, een dichteres en later een dominee draagt een eigen stem binnen een gedeeld narratief van ziekte, veerkracht en culturele solidariteit.


Alice Nahon (1896-1933)


Alice Nahon (1896–1933) was een Vlaamse dichteres uit Antwerpen, bekend om haar gevoelige, weemoedige poëzie die vaak de natuur en het innerlijke leven bezingt. Haar bekendste werk is wellicht Avondliedeke III, met de beroemde regel: 't is goed in 't eigen hert te kijken, nog even vóór het slapengaan….

Alice Nahon kampte jarenlang met ernstige gezondheidsproblemen. Ze werd aanvankelijk verkeerd gediagnosticeerd met tuberculose, terwijl ze eigenlijk leed aan chronische bronchitis en depressiviteit. Dankzij de steun van bewonderaars kon ze in 1923 naar het buitenland reizen voor betere medische zorg:

Zwitserland (Luzern): Ze verbleef hier voor een consult bij Dr. Franz Elmiger. De Alpenlucht werd als heilzaam beschouwd, maar Luzern bleek te vochtig voor haar aandoening.

Italië (Nervi): Op aanraden van haar arts trok ze naar het warmere zuiden. In Nervi, aan de Ligurische kust, voelde ze zich voor het eerst echt beter.

Frankrijk (Roquefort in de Landes): Hier vond ze rust in de uitgestrekte heide en dennenbossen, wat haar gezondheid verder ten goede kwam.

Deze buitenlandse verblijven waren dus vooral bedoeld als herstelreizen, maar ze inspireerden haar ook als dichteres. Haar ervaringen en observaties uit deze periode sijpelen door in haar latere werk.

 

Emmanuel de Bom en het Transnationale Mecenaat rond Alice Nahons Herstel

Emmanuel de Bom (1868–1953), een vooraanstaand Vlaams literair criticus en redacteur, speelde een beslissende rol in het verkrijgen van financiële steun voor Alice Nahons therapeutische reizen door Zwitserland, Italië en Frankrijk. Zijn inspanningen reikten verder dan lokale literaire kringen en vormden een transnationaal netwerk van sympathisanten, vooral in Nederland, waar Nahons poëzie al een toegewijde lezersschare had.

 Geconfronteerd met Nahons verslechterende gezondheid en medisch advies om een milder klimaat op te zoeken, lanceerde De Bom een gerichte inzamelingsactie. Met zijn dubbele gezag als literair figuur en journalist orkestreerde hij een netwerkoproep die culturele belangenbehartiging verbond met publieke liefdadigheid. Zijn oproep omvatte strategische plaatsingen in Nederlandse kranten en literaire tijdschriften, met name de campagne “Mijn kleine goede daad” in Het Nieuwsblad, die een klimaat van microfilantropie en burgerlijke vrijgevigheid cultiveerde. Door deze inspanningen werd Nahon niet voorgesteld als een passieve ontvanger van hulp, maar als een culturele figuur wier herstel symbolische waarde had voor een breder literair publiek.

 

Correspondentie Voortvloeiend uit De Boms Oproep

Brief I: Emmanuel de Bom aan G.L. Bouman (Ansichtkaart, 26 januari 1923)




Deze korte maar dringende kaart van De Bom aan G.L. Bouman in Zandvoort bevestigt dat Alice Nahon tijdelijk in Zwitserland verbleef “dankzij steun uit Holland.” “Mej. A.N. is thans tijdelijk in Zwitserland dank zij uit Holland aangekomen steun.” De Bom spoort Bouman aan om contact op te nemen met Alice’s vader via de Nederlandsche Boekhandel in Antwerpen, en onderstreept daarmee het informele mecenaat dat Nahons reis mogelijk maakte. Zijn rol als tussenpersoon is duidelijk: hij mobiliseerde hulp niet via instellingen, maar via persoonlijke oproepen aan sympathieke individuen. G.L. Bouman is mogelijk de broer van Toos Bouman, die in 1974 de laatste brief in deze correspondentie schreef, al is niet bevestigd of hij in 1923 in Zandvoort woonde.

 

Brief II: Gerard L. Nahon aan Toos Bouman (Brief, 3 februari 1923) 




Gerard Nahon, Alice’s vader en langdurig medewerker bij de Nederlandsche Boekhandel in Antwerpen, reageert op een donatieverzoek van Toos Bouman, dochter van dr. L. Bouman (homeopathisch arts) uit Groningen. Hij verstrekt Alice’s tijdelijke adres in Luzern en instructies voor het verzenden van geld via een Zwitserse postwissel. Hij beschrijft Alice als “een vrolijk meid die een kuur ondergaat.” Naast de praktische zaken weerspiegelt de brief Gerard Nahons bredere rol als vader en informele beheerder van Alice’s zaken. Zoals gedocumenteerd in Manu van der Aa’s biografie, beheerde hij veel van de praktische en financiële correspondentie tijdens Alice’s ziekteperiodes in het buitenland, en beschermde haar tegen administratieve lasten terwijl hij haar waardigheid behield. Hoewel hij zelf geen literair figuur was, opereerde hij discreet binnen het zorgnetwerk dat haar leven en carrière ondersteunde.


Brief III: Alice Nahon aan Toos Bouman (Brief, 6 april 1923) Roquefort, Les Landes, Frankrijk






In deze diep persoonlijke brief schrijft Alice Nahon vanuit de stille uitgestrektheid van Les Landes, Frankrijk, waar ze na maanden van fysieke en emotionele onrust eindelijk rust heeft gevonden. De brief opent met een verontschuldiging voor haar vertraagde antwoord, een vertrouwd refrein in Nahons correspondentie, vaak een weerspiegeling van ziekte en de moeilijkheid van schrijven tijdens onrustige periodes. Ze noemt zichzelf “een echte zwerfster” en beschrijft haar reis van Luzern naar Italië op advies van haar Zwitserse arts, die het vochtige klimaat van Luzern ongeschikt achtte. Italië was prachtig, maar bood geen genezing: “Italië was even heel mooi maar met schoonheid alleen kon ik niet herstellen.” Het eten was slecht, de kosten hoog, en de constante verplaatsing van hotel naar hotel putte haar uit en maakte het onmogelijk om haar correspondentie bij te houden.

Vanuit Italië reisde ze naar Les Landes, een streek van heide en pijnbossen. In de rust van Roquefort vindt ze eindelijk de kalmte om te schrijven en haar dank uit te spreken voor de gulle gift van 25 gulden: “Het doet me goed eindelijk rust te hebben en u te kunnen danken voor de lieve zending van f25 die ik in dank ontvangen heb.” Nahons toon is teder en oprecht. Ze is diep geraakt door de zorg van Bouman en haar kring: “Die lieve belangstelling van u en uwe lieve vriendinnen heeft me diep getroffen, mijn zieleke zegt u innig dank ervoor.” Ondanks de heilzame zuidelijke lucht blijft Nahon realistisch over haar gezondheid. Ze lijdt aan chronische bronchitis, en hoewel ze geen zwartkijker is: “...kan lachend en zingend door veel verdriet heen…” erkent ze de ernst van haar toestand en de emotionele zwaarte die daarmee gepaard gaat.

De brief sluit af met een hartelijke wens: dat Bouman haar dank en warme groeten overbrengt aan de “lieve vriendinnen die nu ook de mijne zijn.” Vanuit het “stille heideland” zendt Nahon niet alleen woorden van dank, maar ook een gebaar van verwantschap, waarmee ze de emotionele reikwijdte van haar literaire stem voorbij de pagina vergroot. Deze brief is exemplarisch voor Nahons epistolaire stijl: lyrisch, openhartig en gedragen door de vrijgevigheid van lezers die metgezellen werden in haar reis door ziekte en herstel. Het is niet slechts een dankbetuiging, maar een getuigenis van de helende kracht van vriendschap en de stille waardigheid van veerkracht.


Brief IV: Ds. G.L. Bouman aan Toos (Brief, 1974) 




Meer dan vijftig jaar later schrijft Gerard L. Bouman, Nederlands Hervormd predikant en zoon van dr. Bouman, aan zijn zus Toos Bouman, inmiddels mevrouw C.H.M. Sikkens-Bouman in Groningen, met een praktische maar liefdevolle geste: de terugzending van Alice Nahons correspondentie. Hij legt uit dat de brieven anders in huis zouden blijven slingeren en mogelijk verloren gaan: “Laat mij de correspondentie van Alice Nahon aan je terugsturen, anders slingert die in huis maar rond en gaat die verloren.” Toch is zijn toon allesbehalve achteloos. Bouman toont oprechte interesse in het herlezen van de brieven en spreekt over de stille verwondering bij het opnieuw ontmoeten van Nahons stem na bijna een halve eeuw: “Ik vond het heel interessant om de brieven haast van een halve eeuw geleden nog eens onder ogen te krijgen.” Hoewel de brief kort is en deels door tijd en handschrift vervaagd, straalt hij familiale warmte en literaire eerbied uit. Bouman erkent de blijvende waardering voor Nahons werk en bedankt Toos voor een verjaardagsgeschenk namens de hele familie Sikkens.

Zijn afsluiting: “Kus van je broer Gerard” is intiem en ongekunsteld, en verbindt de herinnering aan een literaire figuur met de stille continuïteit van familiebanden. Door de brieven terug te geven, bewaart Bouman niet alleen hun fysieke integriteit, maar bevestigt hij ook hun plaats binnen een gedeeld cultureel en emotioneel erfgoed.


Toos en Gerard L Bouman Samen Afgebeeld op een Foto


Foto genomen bij het huwelijksdiner van Gerard L. Bouman en Maria Meijering in restaurant 'Riche' te Groningen in 1929

Staand v.l.n.r.: Toos Sikken-Bouman (zus van Gerard), dr. W. Sikken (echtgenoot van Toos), Herman Adriaan (Pum, de jongste broer van Gerard), ?, Henk Bouman (oudste broer van Gerard), Carina Bouman-Hofstede Crull (vrouw van Henk Bouman), ?, ?, Habbo Meijering (broer van Maria), Annie Bouman-Hemmes (gehuwd met Jan Bouman), Hilda Kuiper.

Zittend v.l.n.r.: Fokkina Baas-Meijering (zus van Maria), Reijer Baas, ?, Jan Bouman (een broer van Gerard), het bruidspaar Maria en Gerard, Ludewei Meijering-Hovinga en Meertinus Meijering (ouders van Maria), mevrouw Wiene Bouman-v.d. Vegte ('moeder Wientje', de tweede vrouw van de vader van Gerard), dr.Libertus Bouman (vader van Gerard, homeopatisch arts te Groningen).




Wat weten wij over Toos en Gerard Bouman


C.H.M. (Toos) Bouman

Geboren op 15 november 1905 in Groningen als dochter van arts Libertas Bouman en Arendina Bouwes, was Catharina Hilda Margaretha Bouman, bekend als Toos, nog maar achttien jaar oud toen zij een kleinschalige inzamelingsactie coördineerde onder haar naaste vriendinnen. De bewaard gebleven correspondentie plaatst haar in het centrum van deze actie: alle brieven zijn aan haar gericht of via haar verlopen, wat haar rol als organisator én moreel kompas onderstreept.



G.L. Bouman (Broer van Toos)

Gerard was Hervormd predikant en waarschuwde in de jaren dertig voor het opkomende nationalisme in Nederland. Tijdens de bezetting sprak hij zich vanaf de kansel in Hardenberg uit tegen de nazi-ideologie. Enkele dagen na een gesprek met een gemeentelid over Hitler werd hij gearresteerd wegens belediging van de Führer.

Gerard werd eerst opgesloten in Almelo, vervolgens overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort, en uiteindelijk belandde hij in het concentratiekamp Dachau. Daar werd hij in 1945 bevrijd door de Amerikanen.

In 1974 nam haar broer G.L. Bouman dit vroege archief opnieuw ter hand, las de brieven door en stuurde ze terug met een korte begeleidende notitie. Zijn gebaar bewaarde niet alleen het materiaal, maar bevestigde ook Toos’ centrale rol in het initiatief, decennia na dato.


 Slotbeschouwing: Brieven als Brug tussen Generaties

De herontdekte correspondentie rond Alice Nahon en de familie Bouman vormt meer dan een voetnoot in de literaire geschiedenis; zij getuigt van een fijnmazig netwerk waarin poëzie, zorg en engagement elkaar kruisen. Wat begon als een bescheiden inzamelingsactie, geïnitieerd door een achttienjarig meisje en versterkt door de oproep van een Vlaamse literator, groeide uit tot een tastbare keten van solidariteit die landsgrenzen, generaties en levensverhalen overspant.

In de brieven klinkt niet alleen de stem van een zieke dichteres, maar ook die van vaders, vrienden, geestelijken en lezers die haar werk niet alleen bewonderden, maar haar ook daadwerkelijk hielpen dragen. De rol van Toos Bouman als moreel middelpunt, en die van haar broer Gerard als hoeder van het archief, onderstrepen hoe literair erfgoed vaak bewaard blijft dankzij stille, persoonlijke inzet.

Dat deze documenten na ruim een halve eeuw opduiken in een boek met een opdracht aan “mijn lieve Toos” is geen toeval, maar een herinnering aan hoe boeken niet alleen dragers van tekst zijn, maar ook van relaties, intenties en gedeelde zorg. In een tijd waarin culturele solidariteit vaak abstract lijkt, tonen deze brieven hoe empathie en betrokkenheid zich kunnen verankeren in papier, inkt en handschrift.

De herontdekking van dit kleine archief nodigt uit tot herwaardering van de sociale dimensie van literatuur: hoe woorden niet alleen troost bieden, maar ook mensen in beweging brengen. Alice Nahons stem, gedragen door de wind van Les Landes en de pen van haar lezers, blijft klinken niet alleen in haar gedichten, maar in de stille gebaren van hen die haar hielpen ademen.


Text Sources

Nahon, Alice. Op zachte vooizekens. Antwerp: Nederlandsche Boekhandel, 1927. Copy with handwritten dedication “St Nicolaas 1927 voor mijn lieve Toos.”

Postcard from Emmanuel de Bom to G.D. Bouman, 26 January 1923. Private collection.

Letter from Gerard L. Nahon to Toos Bouman, 3 February 1923. Private collection.

Letter from Alice Nahon to Toos Bouman, ca. 1923. Written from Hotel de France, Roquefort, Les Landes. Private collection.

Letter from Ds. Gerard L. Bouman to Toos Bouman (Mevr. C.H.M. S…), 1974. Private collection.

Manu van der Aa “Ik heb de liefde liefgehad. Het leven van Alice Nahon - Published by Uitgeverij Lannoo in 2008  pages 148–153. Includes contextual references to Emmanuel de Bom’s fundraising efforts, Nahon’s travels, and the cultural reception of her poetry in the Netherlands.

Het Nieuwsblad, “Mijn kleine goede daad” campaign

Kerkbode "De Tweeklank", Hardenberg, september 1994. Auteur G.J. Iemhoff 

Geboorteakte Toos Bouman - Groninger Archieven

 

Image Sources

Emmanuel de Bom – Schrijversinfo.nl

Gerard L Nahon – Biography Manu van der Aa

Alice Nahon – Literatuur-Geschiedenis.org

 Ds G.L. Bouman – Mijn Stad Mijn Dorp

Bruiloft Gerard en Maria - Mevrouw Wilhelmina Westergaard-Sikken (dochter van mevrouw C.H.M. (Toos) Sikken en dr. W. Sikken).