19e Eeuwse Antwerpse Fotografen

 



Gezichten zonder namen, namen zonder gezichten: een Antwerpse fotogeschiedenis in een art-deco album

Soms vertelt een boek of album een verhaal dat niet in woorden is geschreven. Dit art-deco fotoalbum, met zijn elegante metalen plaquette van een mijmerende vrouw, is zo’n object. Binnenin: meer dan veertig cartes de visite en kabinetfoto’s uit het Antwerpen van de late 19e eeuw. Keurig geposeerde dames, trotse heren, kinderen in zondagse kledij. 

Maar geen enkele naam. Geen datum. Geen enkele aanwijzing wie deze mensen waren. En dan gebeurt er iets ironisch: de enige namen die wél overgeleverd zijn, behoren niet tot de geportretteerden, maar tot de fotografen. De ateliers die hun stempel op de achterkant zetten, soms letterlijk met cherubijnen, medailles en sierlijke ornamenten, zijn volledig traceerbaar. Hun adressen, hun onderscheidingen, hun specialisaties: alles is bekend. Behalve hun gezichten.

Het resultaat is een wonderlijke omkering: vijftig gezichten zonder namen, en een reeks fotografen met namen maar zonder gezicht.

De bloeitijd van de Antwerpse fotoateliers

In de tweede helft van de 19e eeuw veranderde Antwerpen in een fotografisch laboratorium. Wat begon als een luxe voor de elite werd tussen 1860 en 1880 toegankelijk voor de middenklasse. De stad, bruisend van handel en cultuur, trok fotografen aan die zich vestigden in straten als de Rue du Pélican, Rue du Réservoir en de Huidevettersstraat  strategisch dicht bij stations en drukke pleinen.

De carte-de-visite en de kabinetfoto werden hét visitekaartje van de burgerlijke identiteit. Fotografen concurreerden niet alleen met hun beelden, maar ook met hun reclame. De achterkanten van de foto’s waren kleine kunstwerkjes: sierlijke typografie, medailles, cherubijnen, en de geruststellende belofte “Les clichés sont conservés”  de negatieven worden bewaard.

En toch, ondanks al die visuele bravoure, bleven de fotografen zelf onzichtbaar.


 Chronologische tijdlijn van Antwerpse fotoateliers in dit album (1878–1928)

1878–1882 – Georges Raynaud (Rempart Sainte-Catherine 23) Georges Raynaud nam het atelier van Jos. Maes over en profileerde zich als “Ancienne Maison Jos. Maes”. Hij bood cartes-de-visite en kabinetfoto’s aan en fotografeerde onder meer leden van de Antwerpse burgerwacht. Zijn werk markeert de overgang van de eerste generatie Antwerpse fotografen naar de nieuwe golf rond 1880.

 1879–1905 – Van Crewel Jeune (Rue du Pélican 48, tegenover Gare de l’Est) Jacob (Jacques) van Crewel bouwde zijn atelier uit tot een van de meest prestigieuze van de stad. Hij ontving een medaille d’argent op de Exposition Rubens van 1881 en profileerde zich met artistieke portretten en internationale erkenning.

 1883–1904 – Photographie Henry (Rue van Artevelde 23) Henri Van Boghout werkte met een tuinatelier en kreeg een diploma op de Exposition Universelle van 1894. In 1904 verhuisde hij naar de Marché Saint-Jacques.

 1892–1900 – Pierre Frères – Photographie du Nord (Rue du Réservoir 20) De broers Charles en Mathieu Pierre startten hun atelier nabij Place St. Jean. Ze ontvingen een bronzen medaille in 1899 en legden de basis voor een lange familietraditie.

 1892–1920+ – H. Pierre (Rue du Réservoir 20) Na Pierre Frères werd het atelier voortgezet als Pierre Fils en later H. Pierre. Henri Félix Pierre specialiseerde zich in pastelportretten en bleef actief tot in het interbellum.

 1895–1911 – Henri Becker (Rue des Arquebusiers 20) De uit Düsseldorf afkomstige Becker vestigde zich in Antwerpen en bouwde een netwerk van filialen in Brussel en Gent. Zijn atelier bleef actief tot ca. 1911.

 1895–1910 – Antoine (Diepestraat 31) Antoine Van den Bossche richtte zich op kinder- en familieportretten en onderscheidde zich door kleurdruk op zijn kaartjes, een moderne marketingstijl.

 1898–1914 – A. Verbeeck & Cie (Huidevettersstraat 35, later Place Verte) Leonie Wymeers, haar zoon Armand en John Janssens leidden dit atelier. In 1906 verhuisden ze naar de Place Verte. Hun sierlijke reclamekaarten waren rijkelijk versierd met cherubijnen en medailles.

 1901–1906 – Edward – Photographie Artistique (Rue Bréderode 102) François Édouard Van Boghout bood artistieke portretten en vergrotingen aan en beschikte over een tuinatelier. Zijn sierlijke kaartjes benadrukten zijn artistieke profilering.

 1901–1911 – J. Liekens (Vieux Marché au Blé 28 en later 60) Judovicus Ludovicus Liekens specialiseerde zich in portretten en ontving een gouden medaille in 1902. Hij verhuisde later naar nummer 60 in dezelfde straat.

 1902–1928 – J. Beff (Klapdorp 54) Joseph Jean Baptiste Beff opende zijn atelier en specialiseerde zich in vergrotingen en reproducties. Zijn werk is bewaard in museale collecties. Het atelier bleef vermeld tot na zijn overlijden in 1928.

 1903–1914 – Jacqmain (Rue Botha 26, Borgerhout en Rue Carnot 113, Antwerpen) Leopold Arthur Jacqmain introduceerde portretten met elektrisch licht en benadrukte dat zijn firma geen filialen had. Hij bleef actief tot de Eerste Wereldoorlog en emigreerde later naar de VS.

 

Een album vol paradoxen

Dit album is een stille getuige van een tijd waarin mensen zich lieten vereeuwigen om niet vergeten te worden. En toch zijn ze anoniem gebleven. Tegelijkertijd zijn de fotografen, die hun naam trots op elke kaart drukten, volledig verdwenen uit het visuele geheugen.

Het is een paradox die bijna poëtisch wordt:

Gezichten zonder namen: de geportretteerden, zichtbaar maar onbekend.

Namen zonder gezichten: de fotografen, bekend maar onzichtbaar.

Misschien is dat precies wat dit album zo bijzonder maakt. Het herinnert ons eraan dat geschiedenis niet alleen bestaat uit wat wordt vastgelegd, maar ook uit wat verloren gaat. En dat elk oud boek, elk album, elk ex libris een uitnodiging is om opnieuw te kijken en opnieuw te vertellen.


Text Sources

Fomu Rijksmuseum

Brabants Erfgoed

Wikipedia